Where to start?

From Wiki Sandbox - Vlaamse Erfgoedbibliotheken
Jump to navigation Jump to search

Main page

BENODIGDHEDEN[edit | edit source]

  • Zet de digitale ‘manual’ steeds klaar in een tabblad: als je het bibliografisch formaat, bibliografische referenties of andere informatie nodig hebt, dan heb je de handleiding steeds bij de hand.
  • De papieren versie is verouderd, maar kan nuttig zijn omwille van de taal: https://vlaamse-erfgoedbibliotheken.be/bron/742
  • Geodriehoek
  • Potlood en kladpapier

Heb je vragen of twijfels? Mail [[1]]!

ALGEMENE REGELS[edit | edit source]

STCV is – ondanks haar naam – geen catalogus. Een catalogus is immers een beschrijving van items (exemplaren) en is vaak beperkt tot een collectie, met de nadruk op bezit. STCV werkt anders. Eén beschrijving verwijst immers naar verschillende exemplaren en elke beschrijving bevat verschillende gegevensniveaus:

  • Algemeen geldige gegevens
  • Exemplaarinformatie

Waar trekken we de grens met STCV? Welke criteria bepalen welke exemplaren bij elkaar horen in één beschrijving en welke criteria bepalen de grenzen tussen de beschrijvingen? Met andere woorden: wat wordt er eigenlijk beschreven in STCV?

Het antwoord hierop zijn de bibliografische eenheden. Elk drukwerk dat in één drukgang is ontstaan en als aparte publicatie wordt gepresenteerd, krijgt een aparte beschrijving. Exemplaren hiervan kunnen dus tot dezelfde eenheid behoren: ze zijn in dezelfde drukgang ontstaan en worden op gelijke manieren gepresenteerd. Ze behoren bijgevolg tot dezelfde eenheid.

Wanneer hebben we een aparte publicatie?

  • Boekhistorisch gezien is een publicatie gepresenteerd door (een) bepaalde perso(o)n/en op een bepaalde plaats op een bepaald tijdstip
  • Technisch gezien is een publicatie een afgerond en onafhankelijk geheel met een aparte titelpagina, een aparte foliëring/paginering en een aparte signering

NODIGE STAPPEN VÓÓR JE BEGINT MET BESCHRIJVEN[edit | edit source]

Stap 1: hoe gaan we na of een druk in aanmerking komt?[edit | edit source]

Welk materiaal komt in aanmerking?

  • Al het materiaal wat een blad met typografie (gezette tekst) bevat
  • Alles wat tot stand gekomen is voor 1801
  • Alles wat gedrukt en/of verkocht is op het huidige grondgebied van Vlaanderen (inclusief Brussel)

Dat wil zeggen dat de volgende documenten niet in aanmerking komen:

  • Handschriften
  • Moderne drukken van 1801 of later
  • Drukken gedrukt in Frans-Vlaanderen, Luik en het huidige Nederland

Bij twijfel nemen we het volgende in beschouwing:

  • Als het niet duidelijk is waar iets is gedrukt, maar wel betrekking heeft op de Zuidelijke Nederlanden qua inhoud of een Zuid-Nederlandse auteur heeft, wordt het opgenomen
  • Wanneer de externe typografische kenmerken verwijzen naar een Zuid-Nederlandse afkomst, wordt het opgenomen (ook al zien we een impressum uit een andere regio)
  • Bij grote twijfel nemen we de druk op en voegen een noot toe ‘possibly/probably printed in the Southern Netherlands’

Stap 2: hoe gaan we na of we te maken hebben met een dubbel of een nieuwe beschrijving?[edit | edit source]

Om te weten komen of er al een beschrijving van je exemplaar in STCV zit, ga je naar de OPAC-catalogus. We onderscheiden hier een nieuwe beschrijving van een dubbel. Als je een nieuwe beschrijving moet aanmaken, dan zit de editie van jouw exemplaar in zijn geheel nog niet in STCV. We spreken van een dubbel als de editie al in STCV aanwezig is, maar jouw exemplaar met het plaatskenmerk nog niet is toegevoegd.

1. Bij geavanceerd zoeken, zoek je eerst op een deel van de titel door één woord te kiezen die voorkomt in de titel in te vullen bij ‘Woord uit titel’. Let hierbij op dat je de transcriptieregels volgt!

2. Vind je hier niet meteen wat je zoekt, dan kan je via de drukker op zoek gaan. Hiervoor klikken we op ‘Zoeken via index’, selecteren we Uitgever/drukker en typen we de naam van de drukker zoals je die op het impressum of in het colofon vindt.

3. Je krijgt nu een lijst met drukkers, waaruit je de juiste drukker selecteert. Bij drukkersdynastieën, waar sommige familieleden onder dezelfde naam drukten (bv. Hieronymus Verdussen), klik je op het oranje i-icoontje op meer te weten over de periode waarin hij/zij actief was. Vervolgens krijg jij een lijst met drukken van een bepaalde drukker, die alfabetisch zijn geordend. Krijg je hier te veel resultaten, dan kan je nog filteren op het jaartal, zoals dat op het impressum of in het colofon te vinden is, door te klikken op ‘Filteren’.

Om te filteren op jaartal, kies je in het nieuwe venster voor ‘Filters’ en vul je bij ‘Jaar van uitgave’ de datum van het werk in.

4. Je krijgt nu opnieuw een lijst met drukken van een bepaalde drukker, maar dan uit je gefilterde jaar. Vind je nog steeds niet wat je zoekt, dan moet je een nieuwe record aanmaken. Vind je een beschrijving die overeenkomt met jouw druk, dan open je deze record.

5. Om er zeker van te zijn dat jouw beschrijving overeenkomt met deze bibliografische eenheid, moet je de gegevens checken in deze record.

6. Eerst check je de titelbeschrijving.

Zijn de titel, de auteur en het impressum op exact dezelfde manier getranscribeerd? (Let hierbij op dat Latijnse namen bij de notatie van de auteur telkens worden herleid naar de nominatief, ook al staat de naam op de titelpagina in een andere naamval)

7. Vervolgens check je de vingerafdruk.

De vingerafdruk is uniek verbonden aan één specifieke bibliografische beschrijving. Het is bedoeld als middel om edities te identificeren en van elkaar te onderscheiden. Hiertoe wordt volgens vaste regels een formule opgesteld met de volgende onderdelen:

  • Jaar en bibliografisch formaat
  • De positie van enkele welbepaalde katernsignaturen ten opzichte van de erboven staande tekstregel. Elke positie bevat drie elementen: de indicator, de signatuur en de tekst boven de signatuur

Het doel van de vingerafdruk is om verschillende edities/bibliografische beschrijvingen van elkaar te onderscheiden. Aan de hand hiervan kunnen we dus ook exemplaren identificeren zonder titelpagina, zonder dat je die boeken naast jou hebt liggen.

Als de vingerafdruk van jouw werk grofweg overeenkomt met de beschrijving in OPAC, dan kan je ervan uitgaan dat je hetzelfde werk voor je neus hebt liggen. Vind je een beschrijving die lijkt te voldoen aan jouw exemplaar? Ga dan naar stap 2. Krijg je geen resultaten, dan heb jij wellicht een nieuwe editie voor STCV in je handen. Dit voer je in de spreadsheet in, zoals in stap 3 beschreven staat.

Enkele opmerkingen:

1. Je kan soms ter controle ook beroep doen op het ‘bewijsmateriaal’ in een record. Die bevat foto’s van de titelpagina en van de eerste en laatste posities van de vingerafdruk. Zo kan je visueel nakijken of je vingerafdruk overeenkomt.

2. Bij meerdelige werken krijgt elk volume zijn eigen vingerafdruk, voorafgegaan door de deelaanduiding: volumenummer #.

VB:

3. Bij verschillende staten van éénzelfde publicatie kan het zijn dat de vingerafdruk verschilt: soms toevallig (het zetsel is wat verschoven) en soms bedoeld (bij stop-press-corrections). Toch gaat het hierbij om éénzelfde bibliografische beschrijving. Het kan dus zijn dat jij te maken hebt met een tweede staat van dezelfde publicatie. We maken in dat geval een tweede vingerafdruk aan in de record. Daarom dat het bewijsmateriaal van zo’n belang is. Die toont aan of het zetsel al dan niet overeenkomt.

4. In sommige gevallen is een vingerafdruk ‘vervuild’:

- Bij witruimte van meer dan 25 mm

- Als het einde van de tekstregel zich voordoet voor de katernsignatuur

- Als een doorlopende lijn de tekstregel scheidt van de katernsignatuur

- In het geval van niet-transcibeerbare regels, zoals muzieknoten, Hebreeuws, gravures en tabellen

In zulke gevallen, moeten we uitwijken naar één signatuur na de eerste, of voor de laatste signatuur. Indien ook die signatuur ‘vervuild’ is, gaan we weer een stap verder. Indien geen enkele signatuur bruikbaar is, nemen we een ‘vervuilde’ signatuur op maar geven we dit aan met een sterretje (# *b1 A o). Indien er helemaal niets bruikbaars is, nemen we niets op: dan stopt het na de datum-formaatcode.

5. Als een werk niet gesigneerd is met katernsignaturen, ‘fabriceren’ we zelf de signatuur in een alternatieve vingerafdruk op basis van het derde woord van de laatste regel, tekens die boven dat derde woord te vinden zijn, zijn dan de vingerafdruk:

- Positie b1 komt dan overeen met de eerste bedrukte rectobladzijde (maar nooit de titelpagina)

- Positie b2 met de laatste bedrukte rectozijde

6. Eenbladdrukken hebben geen signatuur, dus kijken we hiervoor naar de alternatieve vingerafdruk. Het colofon wordt hierbij overgeslagen.

Stap 3: wat te doen met exemplaren die al in STCV zitten[edit | edit source]

Het kan soms zijn dat je een beschrijving terug vindt in STCV waar het plaatskenmerk van jouw exemplaar al is aan toegevoegd. In dat geval zijn er drie mogelijkheden.

Opgelet: ‘so’ kan ook voorkomen bij dubbels, dat houden we in het achterhoofd als we dubbels invoeren.

  1. Bij lidmaatschap staat ‘sa’ aangegeven of ‘so’ en ‘sa’

Dan gaat het om een voorlopige beschrijving die ooit al in STCV werd ingevoerd op basis van het exemplaar dat voor je ligt. Dit houden we voor de tweede lezing, ook wel de B-controle genoemd. We volgen hierbij dezelfde stappen als wanneer we dubbels invoeren.

  1. Bij lidmaatschap staat ‘so’ aangegeven

Dan gaat het om een gecontroleerde beschrijving die ooit al in STCV werd ingevoerd op basis van het exemplaar dat voor je ligt. Het gaat echter om een verouderde beschrijving. Je kijkt daarom enkele velden na, omdat de hele record moeten worden geüpdatet:

  • op vlak van collatie (paginering): bij oude beschrijvingen werden blanco pagina’s voor en achteraan niet genoteerd, dat doen we nu wel. We kijken dus best heel de paginering na om die blanco’s op te sporen.
  • annotaties (sheet count): je controleert met Sheetah de sheet count. We kijken hier ook of alles correct in het Engels in genoteerd op basis van de juiste terminologie.
  • inhoud (plaatskenmerken en instellingscodes nakijken): bij oude beschrijvingen kan het zijn dat plaatskenmerken en instellingscodes doorheen de tijd zijn veranderd. Je kijkt deze velden dus best na. ‘Universiteitsbibliotheek Gent’ = ‘UGENT-CB’ (+ BIB. toevoegen voor plaatskenmerk), ‘KU Leuven GBIB’ = ‘KUL-G’, ‘KUL-C’ = ‘KUL-BC’, ‘Stadsbibliotheek Antwerpen’ = EHC, PBL = BHL, SA-Mechelen = SESA-Mechelen… Een volledige lijst met de te gebruiken bibliotheekcodes vind je hier.
  • onderwerpen: bij oude beschrijvingen ontbreken er een aantal onderwerpcodes die pas later in gebruik werden genomen. We kijken dus na op basis van de lijsten of er iets ontbreekt.
  • plaatsing (plaatskenmerken en instellingscodes nakijken). Bij oude beschrijvingen kan het zijn dat plaatskenmerken en instellingscodes doorheen de tijd zijn veranderd. Je kijkt deze velden dus best na. ‘Universiteitsbibliotheek Gent’ = ‘UGENT-CB’ (+ BIB. toevoegen voor plaatskenmerk), ‘KU Leuven GBIB’ = ‘KUL-G’, ‘KUL-C’ = ‘KUL-BC’, ‘Stadsbibliotheek Antwerpen’ = EHC, PBL = BHL, SA-Mechelen = SESA-Mechelen… Een volledige lijst met de te gebruiken bibliotheekcodes vind je hier. We kijken hier ook of alles correct in het Engels in genoteerd op basis van de juiste terminologie.
  • Hierna vervang je deze ‘so’-code door ‘sc’!
  1. Bij lidmaatschap staat ‘sc’ aangegeven

Dan gaat het om een gecontroleerde beschrijving die ooit al in STCV werd ingevoerd op basis van het exemplaar dat voor je ligt. Je hoeft in dit geval niets na te kijken.